Vakantie is hard werken

Vakantie is voor veel mensen een heerlijke oase temidden van het leven. Wat vakantiestress daargelaten is het vooral bedoeld om het fijn te hebben.

Ik vind vakantie hard werken. Stemmingsstoornissen als een depressie neem je namelijk gewoon net zo goed mee op vakantie dan wanneer je thuis bent. Ik ben niet depressief van mijn werk. Wel depressief op mijn werk. En depressief thuis, tijdens feestdagen en ook tijdens de vakantie. Het gaat net zo goed of slecht zoals thuis. Zo ook voor een stressstoornis. Je neemt jezelf altijd mee.

Er komen nog wat uitdagingen bij: een vreemde omgeving, weinig tot geen dagritme, het als gezin samen zijn en samen doen en weinig veiligheid van het bekende of de voor mij bekende vluchtheuvels.

Met een gezin staat voor mij het welzijn van mijn kinderen voorop. En dus ook dingen doen die kinderen leuk vinden. (In balans met ook tijd voor ons samen, rustig niets doen en educatief en cultureel verantwoorde uitstapjes maken 😎)
Dat wat kinderen leuk vinden gaat vaak gepaard met onrust, lawaai, veel gedoe en geren. Heerlijk wanneer je 11 en 8 (bíjna 9 mam!) bent.

Ik ben bij voorkeur graag thuis. Daar waar ik mijn omgeving goed ken, weet hoe ik me van gespannen weer wat kan ontspannen en waar ik me veilig voel.
We gaan voor het derde jaar achtereen naar een fijne en favoriete plek van ons: de Liniehutten in Woudenberg. Een mengeling van bunkerachtige hutten met onder andere een heerlijke bedstee, geen tv maar wel vloerverwarming, een grote extra gemeenschappelijke ruimte (met wifi) en vooral veel gras en veld en koeien. En ruimte.
Inclusief bomen voor de hangmat.

Hier voel ik me veilig en overzichtelijk genoeg.
Ik teken en kleur, lees, kan in de hangmat en bovenal, bovenal zijn we als gezin samen. 

Samen zijn is fijn. Samen op vakantie zijn is ook fijn.
Maar vergis je niet: op vakantie is het hard werken.



Elk moment opnieuw

Het is nu anderhalf jaar terug dat mijn moeder overleed. Ons hele huis en mijn omgeving zit vol met herinneringen aan haar. Dit warme weer had het haar, als hartpatient, heel moeilijk gemaakt. Hoe ze binnen gekluisterd zat om zo min mogelijk warmte te voelen of te ervaren.
Maar overal zie ik kleine reminders aan haar. Aan wat ze deed, hoe ze er voor onze jongens was en hoe grappig en lief ze kon zijn.

Het leven met iemand met een progressieve hartziekte als hartfalen is niet gemakkelijk. Het leven mèt een hartziekte is nog veel moeilijker. Niet weten of je de volgende morgen nog wakker wordt, voelen dat je hoogtepunten in het leven van je kinderen en kleinkinderen gaat missen. Voor ons, om haar heen, was het vooral een groot wachten op het moment dat je vreest. Dat je altijd een beetje in je hoofd rekening houdt met het moment waarop.
En toen opeens was ze er niet meer.

Toen ze overleed zat ik midden op het hoogtepunt van een heftige crisis. En ze maakte zich -terecht denk ik- erge zorgen. Nu ik heel voorzichtig en héél langzaam wat opkrabbel is het gemis nog sterker voelbaar. Het verdriet dat ze stierf met mij als zorg. Dat ze niet mocht meemaken dat het weer wat beter gaat. Heel langzaam, stapjes vooruit en dan weer naar achteren.

Zoveel redenen voor gemis.
Zoveel dingen die me elke dag aan haar doen denken. Van de hete zon tot sneeuw, van alles wat roze is tot een elektrische fiets. Ik kan je vertellen: er rijden heel wat elektrische fietsen rond en roze is een kleur die je overal tegenkomt.

Dat mijn vader vandaag onderweg is en af en toe belt. De eerste keer wat verdrietig. 'Ik belde altijd naar mama, dus nu bel ik naar jou.' Hoe fijn ik dat vind en hoe verdrietig tegelijkertijd. Dat we haar nooit meer kunnen bellen.

Op onze kamermuur hangen vlinders. Al een paar jaar. Ze zijn geplakt met prittbuddies en zo af en toe valt er een vlinder naar beneden. 

We zien het hier als een kleine groet van mijn moeder. 
'Dag mam'
'Dag Janny'
'Hoi oma!'